Historie


Over ons Historie

Een korte geschiedenis van onze Vrije Evangelische Gemeente.

Begin 19e eeuw was het godsdienstige leven in Oldebroek oppervlakkig. Er werd met name gedacht aan het materiële en men deed niet veel aan kerkbezoek.
Dit veranderde toen ds. Joh. Montijn in 1822 tot predikant van de Hervormde kerk werd benoemd. Hij was streng calvinistisch maar benadrukte wel de noodzaak van persoonlijke bekering.

Dit veroorzaakte een scheiding: de ene groep hield zich bij de streng calvinistische richting en de andere kwam tot meer evangelische opvattingen. Deze laatste groep noemde men ‘de mensen van het lichte geloof’.
Zo werd door de prediking van ds. Montijn de akker voorbewerkt, die later de vrucht van een geestelijke opwekking zou dragen. Deze opwekking kwam in 1876. Ds. Bähler was toen Hervormd predikant te Oosterwolde. Hij was heel begaafd en ontwikkeld. Vooral zijn kennis van de oude talen was groot. In 1874 bezocht hij met o.a. ds. Huët uit Nunspeet, dr. A. Kuyper en ds. J.G. Smitt van Amsterdam de Brighton-conferenties in Engeland, waar ‘de heiligmaking door geloof en bekering’ werd gepredikt.
Teruggekomen in Oosterwolde predikte hij de bekering en heiliging des levens in Christus Jezus door de kracht van de Heilige Geest.
Veel mensen die zich niet konden vinden in het starre calvinisme van de Hervormde Gemeente waren vatbaar voor deze troostende boodschap, waarop ds. Bähler de nadruk legde: het gaat niet om bekering tot de belijdenisgeschriften, maar om bekering des harten tot de Here Jezus Christus. “Opdat Christus gestalte in u krijge. Hij verlost en voert tot ziele-blijdschap en redt uit zeer donkere dogmatische zondebenauwenis”.
Veel kwamen tot persoonlijk geloof in Christus Jezus en begonnen hun leven te wijden aan Hem en aan Zijn dienst. Maar de prediking van ‘het evangelie van genade en de verlossing door Zijn bloed’ kreeg veel tegenstand. Ds. Bähler en zijn ‘volgelingen’ werden vaak bedreigd en verkeerden soms in levensgevaar.

Na het vertrek van Ds. Bähler naar Lage Zwaluwe in 1880 ging de beweging in Oosterwolde en Oldebroek verder.
De vereniging ‘Luctor Et Emergo’ werd gesticht. Men hield bidstonden, deed aan openluchtwerk, offerde voor de zending, men stichtte een jongens- en meisjesvereniging en een zangvereniging en men hield op verschillende plaatsen zondagsschool. Daarvoor was een eigen gebouwtje nodig. Op zondag 23 oktober 1893 wijdde ds. Bähler het in.

‘Luctor’ was een vrije evangelisatie of ‘broederkring’. De leden van de vereniging gingen bij Hervormde predikanten in de omgeving op catechisatie en deden belijdenis in de Hervormde kerk. Hun kinderen werden daar gedoopt en ingeschreven, en naast de eigen diensten werden vaak nog diensten in de Hervormde Kerk bezocht.
Toch groeide men steeds verder van de Hervormde kerk af omdat ze heel anders dachten en geloofden dan wat er in de Hervormde Kerk geleerd en beleden werd.Daarom werd uiteindelijk besloten om in het eigen gebouw, door geordende voorgangers, de kinderen van de leden van ‘Luctor’ te laten dopen.
Hierdoor kwam men buiten de Hervormde kerk te staan en men zocht steeds meer contact met andere vrije groepen en de ‘Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland’.
Niet alle leden van ‘Luctor’ konden daarin meegaan, want men was bang -en wel enigszins terecht- dat men dan te veel van het eigene zou moeten opgeven.
Het voor en tegen is op vele vergaderingen en bidstonden besproken. Op den duur gaf dat spanning en verwijdering tussen de leden van ‘Luctor’, wat leidde tot een afsplitsing.

Op zondag 18 mei 1930 werden dan ook 17 broeders en zusters door ds. W.D. Linthout bevestigd in ‘Luctor’ en voorlopig als leden van de VEG te Hilversum ingeschreven. Hiermee was in Oldebroek de ‘Vrije Evangelische Kring’ ontstaan. Op 24 juli 1930 werd de eerste ledenvergadering gehouden. Besloten werd o.a. om op 27 juli dienst te houden op de grote deel van de boerderij van br. Beert Fikse. Er waren nu twee groepen naast elkaar: de ‘Luctor-groep’ en de ‘Vrije Evangelische-groep’.

Op 20 december 1930 werd besloten tot stichting van een Vrije Evangelische Gemeente. Op deze vergadering werden ook de eerste ambtsdragers gekozen, nl. de broeders Hendrik Flier en Willem van de Weg als ouderlingen en de broeders Beert Fikse en Hendrik Spronk als diakenen. Op zondag 11 januari 1931 werden zij door ds. Joh.J. van Petegem van Hilversum bevestigd. Daarmee begon de gemeente haar weg.
Al snel kwam er uitbreiding: op zondag 12 april 1931 werden 13 nieuwe leden bevestigd.
Ook kwam de vraag naar een eigen voorganger. Op 1 juli 1931 kwam Ds. W.F. Waardenburg in Oldebroek.
De ruimte bij de familie Fikse bleek al snel te klein. Omdat de leden ook nog rechten hadden op het gebouw van ‘Luctor’ werd met het bestuur van ‘Luctor’ overeengekomen het gebouw samen te gebruiken op de zondagen, voor de conferenties en voor de verenigingen. Echter dit was maar een tijdelijke oplossing: de leden van de Vrije Evangelische Gemeente besloten een eigen kerk te bouwen. Ds. Waardenburg legde op 24 augustus 1931 de eerste steen en op 3 december 1931 werd de kerk met 360 à 400 zitplaatsen ingebruik genomen. In de loop der jaren is de kerk diverse keren uitgebreid.

In 1943 wilden de Elburger leden vanwege de afstand en slechte vervoersmogelijkheden ook kerkdiensten in Elburg houden. Zo ontstond de afdeling Elburg. Op 26 mei 1995 is er in Elburg een nieuw kerkgebouw in gebruik genomen.

Op 1 januari 2003 is de gemeente Elburg zelfstandig geworden en heeft zich aangesloten bij de Bond van VEG. In hetzelfde jaar werd br. Varkevisser tot pastoraal werker van de gemeente beroepen.

Na het vertrek van ds. Durieux werd br. Selier in 2000 pastoraal werker in de gemeente. Omdat zich in de geloofsbeleving en de ambtsuitoefening van br. Selier grote wijzigingen voordeden, is de arbeidsovereenkomst met hem in 2005 beëindigd. Met een groep gemeenteleden is hij een evangelische gemeente in ‘t Harde begonnen. In 2006 is br. Penning als kerkelijk werker in de gemeente aangesteld naast ds. Van der Velde. In 2007 is ds. Van der Velde vertrokken en in datzelfde jaar kwam ds. Kruithof. In 2008 vertrok br. Penning, en in datzelfde jaar trad br. Hartkamp als gemeentelijk werker in dienst van de gemeente.

Zo heeft de gemeente de grootse taak om het evangelie van Jezus Christus uit te dragen op zich genomen. Naar haar geschiedenis is zij opwekkingsgemeente en naar haar roeping zendingsgemeente.

Lees hier meer in de publicatie 50 jaar Vrije Evangelische Gemeente